En wat doen/kunnen wij? Mensen van de werkvloer?

Als je een paar dagen verplicht niks mag/ kan doen ( schouder) en je doorgelukkig bent met je iPhone omdat je die wel kan bedienen, ontstaat er ruimte in je hoofd. Ruimte om de berichten die bij mij  via Twitter binnen komen eens tot je door kan laten dringen.

Normaal gesproken filter je tweets, leest ze, neemt ze in een aantal gevallen voor kennisgeving aan ( je tijd is beperkt niet waar).
Ik heb gemerkt dat er tijdens deze dagen, door het intensiever lezen van mijn tweets regelmatig een blogpostje in me opborrelt. “Ohhhh, daar ga ik over bloggen als ik weer achter de pc kan” om vervolgens tot de conclusie te komen dat die post misschien toch niet zo’n goed idee is: TE persoonlijk, TE werk gerelateerd, TE prikkelend,  TE boos, TE machteloos, TE  confronterend, TE …….
Ook vandaag weer. Nu ik weer in staat ben me te zetelen achter mijn pc’tje borrelt er tijdens het stofzuigen ( achterstallig) weer een postje in me op.

Aanleiding is een blogpost die ik gisteren las van iemand die wel schrijft wat haar hart haar ingeeft. Het gaat om de post van  Tenaanval met als titel : “de kortzichtigheid van politici”. Die post is even blijven hangen namelijk.
In met name onderstaande alinea drukt zij gevoelens uit die ook bij mij leven  :

“Het stoort me mateloos dat wij daar als branche zo weinig weerwoord op hebben. Ik snap heel goed dat je als plaatselijk bibliotheekdirecteur je eigen wethouder niet kortzichtig noemt. Tenminste niet in zijn gezicht. Want je wil de schade zoveel mogelijk beperkt houden en binnenkort moet je toch weer met die man om tafel. Maar op provinciaal en landelijk niveau zie ik ook weinig gebeuren. Misschien wordt er koortsachtig overlegd in achterkamertjes en fors gelobbyd in wandelgangen, maar ik ben bang van niet. Daar zal dat eigenbelang net zo’n rol bij spelen, maar af en toe bekruipt me toch ook wel het gevoel dat de branche zichzelf een beetje opgegeven heeft. Dat bij sommige mensen op het bovenlokale niveau het gevoel van urgentie plaats gemaakt heeft voor pragmatisme. Waarom wordt er nou nooit eens iemand woedend? Waarom zegt er nooit iemand dat ie zijn buik vol heeft van platitudes als “doel en middel niet verwarren? Waarom zijn we afhankelijk van Abdelkader Benali om een charmante actie te organiseren voor het behoud van de bibliotheek?”

Nou ben ik iemand van de werkvloer.  Geen doemdenker schrijf ik in deze post. Een beetje optimisme. Hoe is dat nou een half jaar verder? Klopt dit nog?
Als ik de post van Tenaanval lees en denk aan de toekomstplannen van onze lokale politiek, dan ben ik eigenlijk ook best woedend. Waar praten politici over, zijn ze lid van de bibliotheek, vragen ze onze klant hoe ze over hun ideeën denken (bibliotheek is geen gebouw maar een functie,  boeken in een loods op het lokale industrieterein), zijn zij op de hoogte van de maatschappelijke waarde van de bibliotheek, ook als gebouw?  Leg ik deze plannen van de gemeente voor aan mensen in mijn omgeving, dan hoor ik steeds hetzelfde: “de bibliotheek kun je niet wegdenken” . En “zo’n digitaal boek dat is niks voor mij”.

Het is wat mij betreft eigenlijk een groot gemis dat er nog niet gepolst is onder de lokale bevolking c.q. onze leden. De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar   kun je niet als uitgangspunt nemen voor het legaliseren van een afbraak van de bibliotheek. Ok, een kritische afweging van gemeentegelden moet en mag,  maar dan hoor je ook zicht te hebben op de impact van een zo drastische aanpak.

En hoe is het met ons? Medewerkers van de bibliotheek? Zijn wij woedend? Hoe voelt dat als je de klant straks niet meer kunt bedienen op een manier die geworteld is in je genen? Verzetten wij ons? Militairen, studenten, allen voeren actie danwel zoeken de publiciteit.  Laten wij het over aan onze besturen, aan de branche-organisaties?
Ik bemerk inmiddels bij mezelf ( en anderen) een soort van gelatenheid. “Zal mijn tijd wel duren”. “We wachten gewoon af”.  En diep van binnen zou ik “iets” willen doen”. Maar dat is misschien TE……..?

En drukt op: publiceren.

Hoe schrijf je een biografisch miniportret.

Op donderdag 24 maart 2011 was er in het kader van de Boekenweek 2011 een workshop “biografisch miniportret” schrijven in onze bibliotheek.
Ik probeer hier in het kort weer te geven, hoe we onder deskundige leiding van Koos van der Kerkhof te werk zijn gegaan en allen een prachtig portret hebben geschreven. Basis van het portret was een meegenomen foto.

  • Koos gaf met behulp van een presentatie aandachtpunten voor het schrijven van een biografisch portret. Helaas hebben we vergeten de handout te kopiëren en uit te delen.
  • Als voorbeeld werd door Koos een prachtig biografisch verhaal voorgelezen : Oom Eli.
  • Vervolgens werden we in groepjes van 2 personen verdeeld. Opdracht was elkaar te vertellen over de persoon die op de foto stond.
  • Hierna werd tijd ingeruimd om datgene je had verteld op papier te schijven.
  • Daarna hebben we ieder voor zich, aan de hand van “zintuigassociatie” herinneringen opgehaald aan de persoon in kwestie. Denk aan zien, horen, ruiken, proeven en voelen.
  • Met de 2 documenten was er een schat aan informatie op papier gekomen. De herinneringen komen op deze manier volop.
  • De 2 documentjes waren de basis voor het schrijven van een biografisch portret. Hiervoor hadden we 20 minuten. Een beetje kort maar het kan wel. Lees  mijn biografisch portret op oprolletjes.
  • De volgende stap was het verhaal voordragen, waarna de beide buren aan konden geven wat het meest aanspreekt en wat het meest opviel aan de beschreven persoon.

In 2 uur tijd hebben de deelnemers, helaas was de belangstelling  beperkt, prachtige portretten geschreven. De werkwijze van Koos was heel professioneel, praktisch en werkte uitstekend. Wat tevens opvalt is dat mensen die elkaar niet kennen, toch erg openhartig zijn in hun verhalen. Iedereen was ontzettend tevreden over de avond en had genoten.

De bovenbeschreven werkwijze is ook heel gemakkelijk zelf uit te voeren. Het hoeft niet ( zoals in mijn geval) over overleden personen te gaan.  Maar kan ook gebruikt voor jubilarissen, bij afscheid, of over mensen die je bewondert.
Probeer het maar eens. Je zult versteld staan van jezelf.

Wat kost een glimlach?.

Wanneer de mond glimlacht, glimlacht het hart.

Gisteren hielp ik aan de balie een moeder, met J. haar 31 jarige dochter die bij ons in het dorp permanent verblijft in  een woon- zorgvoorziening voor gehandicapten. Ze kwam het abonnement opzeggen. Een jaar geleden waren ze lid geworden maar omdat er dit jaar maar 1 keer gebruik was gemaakt van de biebpas, vond ze de kosten niet opwegen. Ze had gehoopt dat haar dochter onder begeleiding vaker de bieb had kunnen bezoeken. Maar helaas, de begeleiders hadden (of kregen)  daar blijkbaar geen tijd voor en/of  moesten andere prioriteiten stellen .

Nou zijn de begeleiders, die onze bieb met hun pupillen bezoeken ( met of zonder rolstoel) , allemaal stuk voor stuk mensen die erg begaan zijn met hun werk. Ik heb daar altijd weer groot respect voor. Petje af, ik zou dat zelf niet kunnen. Veel van onze vrienden en bekenden  werken in de zorgsector en vaak horen we hun verhalen over wat ze allemaal zouden willen maar niet ( meer) kunnen als gevolg van m.n. bezuinigingen.  Aan hen ligt het echt niet.

Een bezoekje aan de bibliotheek is voor de pupillen een uitje. Daarnaast is het natuurlijk ook een manier om deel uit te maken van onze maatschappij. Het is niet voor niks dat sommige rugzakjes (particulier) worden gebruikt om voor kinderen en volwassenen met een beperking begeleiders aan te trekken die met die pupillen boodschappen gaan doen, op een terrasje te gaan zitten en allemaal meer activiteiten die wij, zonder beperking ook in ons normale leven doen.

Ik vond het verhaal van de moeder, net als zij zelf, dan ook eigenlijk best triest.  Heb haar gewezen op de mogelijkheid om een klein   ( goedkoper) abonnement te nemen. Moeders, die het blijkbaar ook erg jammer vond om het lidmaatschap op te zeggen, besloot ter plekke het abonnement van J. om te zetten en voortaan maar zelf op de vrijdagmiddag, als ze op bezoek kwam met J. naar de bieb te gaan. Ze had alleen 1 probleempje. Stel dat ze een middag niet kon en ze de materialen niet terug zou kunnen brengen? Heb haar gewezen op de digitale verlengopties. En ze was om. Voor haar dochter  J.
En J. ? Die ijlde  vervolgens met een blije stralende lach op haar gezicht naar de luisterboeken.  

En dan denk ik aan al die hoge bonussen, aan de uit de hand lopende kosten voor de Joint Strike Fighters en welke andere onproportionele ( nutteloze) uitgaven  en dan denk ik: Wat kost nou toch een glimlach?

Gezellig druk in mijn biebje.

[youtube=http://www.youtube.com/watch?v=L5iKhIL4to4]
(amateurfilmpje made by einna, april 2009)

Het was gezellig druk vanmiddag in mijn biebje. Misschien dat as-woensdag er iets mee van doen had en de vakantie. Of misschien omdat het gewoon de day after carnaval was en we een extra dag gesloten waren. Er werden veel materialen teruggebracht, veel materialen uitgeleend, de leeszaal goed gevuld, de exposant gaf een rondleiding aan een paar bezoekers. Links en recht wat keuvelende moeders ( en vaders vanwege vakantietijd denk ik). Kinderen in het speelhuisje. Boekjes op de vloer. Rijen bij de uitleenbalie. Gezellige drukte dus.

Het is hard pezen als het zo druk is maar toch geniet ik daar van. De gezellige praatjes met de leners, af en toe een geintje ( een e-reader kan kortsluiting veroorzaken als je in bad leest ), napraten over carnaval ( met een schorre stem: hé, ik herkende je niet!), beetje aandacht aan die kleine peuter .

Vanuit onze centrale uitleenbalie ( nee, selfservice hebben we nog niet) heb je een mooi overzicht over ( bijna) de hele bibliotheek. En kun je als je in de uitleen staat het geheel mooi overzien. En in één blik zie je dan: ook dat is de maatschappelijke waarde van de bibliotheek. Op die gezellige drukke woensdagmiddag.