Zondagavondmuziekje.

Bette Midler, wat een moordwijf, als je het mij vraagt. Was vroeger helemaal idolaat van haar. Kreeg vanwege mijn uiterlijk in mijn jonge jaren en het feit dat ik solo zong in de kerk (jij wordt nog eens net zo beroemd!?) zelfs de bijnaam “Bette”. Hier “Beast of Burden”. Wat een lekker nummer.

Enneh beroemd met zingen? Dat ben ik niet geworden.

En wat doen/kunnen wij? Mensen van de werkvloer?

Als je een paar dagen verplicht niks mag/ kan doen ( schouder) en je doorgelukkig bent met je iPhone omdat je die wel kan bedienen, ontstaat er ruimte in je hoofd. Ruimte om de berichten die bij mij  via Twitter binnen komen eens tot je door kan laten dringen.

Normaal gesproken filter je tweets, leest ze, neemt ze in een aantal gevallen voor kennisgeving aan ( je tijd is beperkt niet waar).
Ik heb gemerkt dat er tijdens deze dagen, door het intensiever lezen van mijn tweets regelmatig een blogpostje in me opborrelt. “Ohhhh, daar ga ik over bloggen als ik weer achter de pc kan” om vervolgens tot de conclusie te komen dat die post misschien toch niet zo’n goed idee is: TE persoonlijk, TE werk gerelateerd, TE prikkelend,  TE boos, TE machteloos, TE  confronterend, TE …….
Ook vandaag weer. Nu ik weer in staat ben me te zetelen achter mijn pc’tje borrelt er tijdens het stofzuigen ( achterstallig) weer een postje in me op.

Aanleiding is een blogpost die ik gisteren las van iemand die wel schrijft wat haar hart haar ingeeft. Het gaat om de post van  Tenaanval met als titel : “de kortzichtigheid van politici”. Die post is even blijven hangen namelijk.
In met name onderstaande alinea drukt zij gevoelens uit die ook bij mij leven  :

“Het stoort me mateloos dat wij daar als branche zo weinig weerwoord op hebben. Ik snap heel goed dat je als plaatselijk bibliotheekdirecteur je eigen wethouder niet kortzichtig noemt. Tenminste niet in zijn gezicht. Want je wil de schade zoveel mogelijk beperkt houden en binnenkort moet je toch weer met die man om tafel. Maar op provinciaal en landelijk niveau zie ik ook weinig gebeuren. Misschien wordt er koortsachtig overlegd in achterkamertjes en fors gelobbyd in wandelgangen, maar ik ben bang van niet. Daar zal dat eigenbelang net zo’n rol bij spelen, maar af en toe bekruipt me toch ook wel het gevoel dat de branche zichzelf een beetje opgegeven heeft. Dat bij sommige mensen op het bovenlokale niveau het gevoel van urgentie plaats gemaakt heeft voor pragmatisme. Waarom wordt er nou nooit eens iemand woedend? Waarom zegt er nooit iemand dat ie zijn buik vol heeft van platitudes als “doel en middel niet verwarren? Waarom zijn we afhankelijk van Abdelkader Benali om een charmante actie te organiseren voor het behoud van de bibliotheek?”

Nou ben ik iemand van de werkvloer.  Geen doemdenker schrijf ik in deze post. Een beetje optimisme. Hoe is dat nou een half jaar verder? Klopt dit nog?
Als ik de post van Tenaanval lees en denk aan de toekomstplannen van onze lokale politiek, dan ben ik eigenlijk ook best woedend. Waar praten politici over, zijn ze lid van de bibliotheek, vragen ze onze klant hoe ze over hun ideeën denken (bibliotheek is geen gebouw maar een functie,  boeken in een loods op het lokale industrieterein), zijn zij op de hoogte van de maatschappelijke waarde van de bibliotheek, ook als gebouw?  Leg ik deze plannen van de gemeente voor aan mensen in mijn omgeving, dan hoor ik steeds hetzelfde: “de bibliotheek kun je niet wegdenken” . En “zo’n digitaal boek dat is niks voor mij”.

Het is wat mij betreft eigenlijk een groot gemis dat er nog niet gepolst is onder de lokale bevolking c.q. onze leden. De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar   kun je niet als uitgangspunt nemen voor het legaliseren van een afbraak van de bibliotheek. Ok, een kritische afweging van gemeentegelden moet en mag,  maar dan hoor je ook zicht te hebben op de impact van een zo drastische aanpak.

En hoe is het met ons? Medewerkers van de bibliotheek? Zijn wij woedend? Hoe voelt dat als je de klant straks niet meer kunt bedienen op een manier die geworteld is in je genen? Verzetten wij ons? Militairen, studenten, allen voeren actie danwel zoeken de publiciteit.  Laten wij het over aan onze besturen, aan de branche-organisaties?
Ik bemerk inmiddels bij mezelf ( en anderen) een soort van gelatenheid. “Zal mijn tijd wel duren”. “We wachten gewoon af”.  En diep van binnen zou ik “iets” willen doen”. Maar dat is misschien TE……..?

En drukt op: publiceren.

Het houdt me zo bezig.

Als je zo actief bent op het internet zoals ik, komt er nogal wat informatie op je af. Aangezien ik vooral mensen en sites uit het vakgebied bibliotheek volg, komt er een enorme hoeveelheid informatie op me af over wat in bibliotheek minnend Nederland allemaal gaande is. Ik heb hier al eens eerder ( indirect) aandacht aan besteed zoals in mijn posts een mix van erwtjes en worteltjes  en mensen van de werkvloer.

Ik constateer dat ikzelf hierdoor een ontwikkeling doormaak. Het Internet is voor mij “de vakliteratuur’ die anderen uit papieren versies halen.  Een aantal jaren geleden las ik niet eens de vaktijdschriften omdat die toch voornamelijk voor de  bibliothecarissen bestemd waren, dacht ik.  En aangezien ik geen bibliothecaris ben….?

Door die “versnelde” ontwikkeling ( en ik moet toegeven het haast ook niet te kunnen bijbenen)  constateer ik dat er door mijn enthousiasme voor de sociale media en de daar opgedane kennis een grotere kloof ontstaat tussen de overige mensen  die de 23dingen hebben gedaan  en mijzelf. Het zou kunnen zijn dat dit enthousiasme als opdringerig wordt ervaren maar dat is geens zins mijn bedoeling. Laten we proberen elkaar op dit vlak te respecteren. 
Maar het is natuurlijk wel de bedoeling lijkt me dat we de opgedane digitale kennis ook in de praktijk brengen in de relatie tot de lener ( maar je ook  begeeft op de sociale netwerken). Maar of dat ook voldoende gebeurd?    

Natuurlijk, het moet je allemaal interesseren. En niet iedereen houdt van erwtjes of worteltjes. Maar als we niet NU, iedereen op de werkvloer aansluiten, dan wordt de kloof alleen maar groter en wordt aanhaken steeds moeilijker.  Ik wil dat graag doorbreken maar hoe? En is dat mijn verantwoordelijkheid? Ik ga ook niet niet voetballen hoewel andere er dol op zijn. Maar als het zou moeten? Dan ging in het veld op. In een damesteam natuurlijk.  
Ga zo meteen maar eens even een balletje zoeken. En kijken of ik de verdedigers en de keeper kan passeren.

Ps: valt me nu nog even in. Als we als bibliotheken meedoen aan de Week van de  Mediawijsheid dan moeten wij als medewerkers toch ook uitstralen dat wij de ( digitale) kennis hebben? Iedereen!